Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tets verder naar den rand vinden wij liet geheele krijt reeds veel merkbaarder verzet; deze breuken van het tweede type werkten dus wel het sterkst in prae-Cretaceischen tijd, maar ook in tertiairen tijd hadden nog' verzakkingen plaats. Ook dit type komt in het bekken van Münster voor en is vooral sterk ontwikkeld in het westelijke gedeelte.

In' het jaarverslag der Rijksopsporing van Delfstoffen over 190b wees ik er reeds op hoe betrekkelijk jong de laatste verzakkingen zijn in de groote slenk, die het carboon-plateau van Z.-Limburg van den Peelhorst scheidt en hoe bijv. door de boringen Vlodrop I—II gebleken is, dat tijdens en na de afzetting der z.g. oudere fluviatile lagen, die tusschen het onder-mioceen en het grintdiluvium liggen, het gebied onder Vlodrop I + 450 M. tegenover dat onder Vlodrop II gezonken is, terwijl zelfs na de afzetting van het grintdiluvium nog eene afzinking van 87 M. heeft plaats gehad.

Dezelfde feiten zijn, zooals Dr. Wunstokf mij later mededeelde, over de grens overal door hem vervolgd van Duren tot bij Geldern toe. Van de hand van dezen geoloog zal daarover weldra eene merkwaardige publicatie het licht zien.

In 1902 heeft Bergassessor Jacob j) reeds gelijke waarnemingen beschreven ten opzichte van de hoofdstoringen in het Akensche gebied, terwijl thans meer en meer uit de onderzoekingen van onzen districtsgeoloog te Heerlen blijkt, dat dezelfde verhoudingen blijven voortduren in ZuidLimburg.

Ook in het Peelgebied vinden wij weder geheel hetzelfde. De randbreuken van de groote Peelhorst blijken even recent te zijn nagezakt als die van Wassenberg, Erkelenz, Duren, Aken en Sittard. Het vermoeden dat dit aldus zoude zijn, was, gelijk ik reeds in mijn jaarverslag over 1906 mededeelde, de aanleidende oorzaak tot de ontdekking van steenkolen te Helenaveen.

Deze zeer recente eigenlijke randbreuken der horsten vormen

') Die óst.liohen Hauptstorungen ira Aachener Becken mit besonderer Barucksichtigung ihres Alters. Zeitschr. f. prakt, (ieologie, 1902, p.,321 e. v.

Sluiten