Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hot bleek reeds, dat ook hier de grensbreuken met volkomen zekerheid door ondiepe borinkjes kunnen getraceerd worden, al is hier het onderzoek veel minder eenvoudig, daar men niet gelijk in de zuidelijke Peel op petrographische verschillen kan afgaan, maar hier alles marine zanden geworden zijn, zoodat de vaak zeer verschillende ouderdom der aangeboorde grondlagen alleen na zorgvuldige bestudeering en determinatie der bij liet boren verkregen fossile zeeschelpen kan worden afgeleid. Dit booronderzoek is echter nog geenszins geeindigd en zullen de resultaten in een volgend rapport bekend gemaakt worden.

Het is duidelijk dat onze proefboringen in de Peel ons slechts de eigenlijke randbreuken van het derde type met zekerheid doen kennen.

Uit de boortabellen blijkt tevens, dat de graad van verzinking in de oostelijke slenk onder Tegelen, Venlo, Sevenum, Yenray, althans in oud-diluvialen tijd, veel minder belangrijk was dan in de westelijke, daar hier overal op betrekkelijk geringe diepte onder de oudere fluviatile lagen het marine tertiair nog bereikt werd, terwijl dit in de westelijke verzinking (o. a. te Vlodrop I) eerst op zeer groote diepte mogelijk werd (06O M.)!

Toch is deze westelijke verzinking zeer duidelijk gekenmerkt door het onmiddellijk optreden van de besproken oudere

fluviatile lagen.

Een zeer opvallend gebied, waar betrekkelijk spoedig marien tertiair bereikt wordt, ligt onder Bakel, Oploo, Beugen, Mill, Grave, Reek en Oss. Het tertiair is meestal marien Plioceen, dat later door Opper-Mioceen wordt gevolgd; soms echter treft men reeds aanstonds het Mioceen aan. De aandacht werd er het eerst op gevestigd door P. Beckek en Dr. J. Lorié

') 1'. Bf.ckf.r : De jongste geologische onderzoekingen in het Diluvium van Noord-Brabant en Liraburg, in Studiën op godsdienstig, wetenschappelijk en letterkundig gebied. I, 44, p. 35. Utrecht, 1895.

Dr. J. Ix>rik: Beschrijving van eenige nieuwe grondboringen. Verh. Kgl. Akademie van Wetenschappen te Amsterdam. \ 1. No. 6, 1899, p. 30.

Sluiten