Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

20 M. diepte. Terwijl hier het terrein rijst van 28 tot 52 M. + AP. rijst liet grondwaterniveau slechts van 27 tot 32 M. 4- A.P.

Ook elders in deze terreinstrook is door plaatselijke bedekking met stuifzandheuvels de afstand van maaiveld tot grondwater iets grooter geworden. De bijzonder overvloedige artesische bronnen liggen echter in den regel op grootere diepte (100 300 M.), hoewel men locaal ook reeds op 30 M. dergelijk water aanboren kan.

B. Gebied tiisschen de lijnen Vlodrop—Swalmen—Meijel en Belfeld—Maasbree— Sevenvm.

Hier bevindt men zich op den Peelhorst, waar een weinig dikke diluviaalbedekking onmiddellijk op een leemig fijn zeezand uit den mioceenen tijd ligt, dat om zijn weinige poreusheid voor wateronttrekking ten eenemale ongeschikt is. Het bodemwater kan dus slechts geleverd worden door de eenige grintlaag, die hier voorkomt. Deze grintlaag ligt ondiep, is niet dik en bevat weinig water, zoodat deze streek in dit opzicht niet bevoordeeld is. Gewoonlijk is hier de volgorde der lagen deze:

van 0 tot 6 a 8 M. fijn zand;

» 6 a 8 tot 12 a 20 M. grof zand met grint;

van af 12 a 20 51. fijn leemig zeezand, tot op groote diepte (tot minstens 600 M.) geen watervoerend niveau meer bevattend.

De grintlaag, 6 a 12 M. dik, is dus de eenige laag, die in aanmerking komt en voldoet slechts gebrekkig aan de behoefte aan water in deze streek en staat bovendien zeer bloot aan verontreiniging van de oppervlakte uit: het water is uitsluitend oppervlakte-water.

De toevloeiing van ondergrondwater in deze laag geschiedt bovendien soms slechts zeer traag en onvoldoende, zoodat het boorgat veelal gemakkelijk met een puls kan leeggeschept worden.

Het grondwater staat overal dicht onder de oppervlakte.

Sluiten