Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich heeft kunnen opheffen. Het verlaten van het imperialisme is dus geen opoffering maar een zegen voor

het eigen land.

In de tweede plaats — en dit volgt onmiddellijk uit den eersten eisch — is noodig, dat men de keuze van hen, die het land zullen leiden, beperke tot eerlijke karakters. Staatslieden hebben geen goede reputatie, maar zij kunnen met wijlen Uilenspiegel zeggen, dat zij het er dan ook naar hebben gemaakt. Het mag niet meer voorkomen, dat in het eigen parlement een volksvertegenwoordiger een minister van zijn land mag en kan' en moet bestempelen als onoprecht, als leugenaar. Het mag niet meer voorkomen, dat uit eene officieele publicatie van eene regeering zelve blijkt, dat een minister „op zijn „eerewoord" heeft gelogen. Zulke leiders te hebben brengt moreel bederf met zich voor gansch het volk en maakt eene normale verhouding tusschen de staten

absoluut onmogelijk.

In de derde plaats is noodig een zedelijk ontwikkelde volksgeest. Hier ligt eene taak voor een ieder, die niet zedelijk is verworden. Ieder onzer eischt recht voor zichzelf, men geve dan ook recht aan den ander. Ieder onzer wil eerlijk worden behandeld, hij zij dan ook eerlijk tegenover zijn medemensch. Ieder onzer begeert welwillendheid (op zijn minst), hij zij dan ook welwillend tegenover allen. Ieder onzer maakt aanspraak op zijne plaats in de zon, hij erkenne des anderen recht op diens plaats in de zon. Wij weten allen, hoeveel wij, ieder onzer, daarin dagelijks te kort komen. Dit zij een spoorslag voor ons allen. De volksgeest wordt gevormd door de gedachten en gevoelens der enkele menschen. Waartoe een zedelijk onwaardige volksgeest kan leiden, leert ons de oorlog. In het bizonder hebben hier een plicht te vervullen allen, die door hunne ontwikkeling of door de betrekking of de omstandigheden, waarin

Sluiten