Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vormen had aangenomen, vooral ten tijde en tengevolge van den slavenhandel op en in Amerika, en zooals zelfs toen nog die afschaffing door vele christenen bestreden werd (niet alleen door zoogenaamde „christenen" op kwasi-ernstige gronden: denk maar aan Da Costa en zijn „Bezwaren tegen den geest der eeuw"!) — zoo ook zou er m. i. onder de christenen nooit een beweging ontstaan zijn voor de afschaffing der alcoholische dranken, indien er niet een tijd gekomen was, dat men kon gaan spreken van een „hedendaagsch alcoholisme"1 (Ds. Gispen), dat het „individueel alcoholisme" was voortgewoekerd tot een „volksalcoholisme" (Dr. Ariëns); zoo ook werd en wordt nog (hoewel al minder en minder) deze afschaffing door christenen — en niet alleen door zoogenaamde „christenen" op kwasi-ernstige gronden — bestreden. Ook wij zouden nooit begonnen zijn met onze „Drankbestrijding door Geheelonthouding", indien we dit alcoholisme niet hadden leeren kennen als een vloek van onzen tijd, een volkszonde en kanker onzer maatschappij, een gevaar, dat elk onzer bedreigt en vooral ons opkomend geslacht: onze kinderen en onze jonge mannen, ja zelfs onze meisjes en jonge vrouwen. Vandaar dat ik reeds in 't eerste jaar onzer „Broederschap van het Blauwe Lint" (later omgezet in de „Commissie voor Drankbestrijding door Geheelonthouding"), toen 't me vergund werd op den Bondsdag (1897) een pleidooi voor die „Broederschap" te voeren en een oproep tot die Drankbestrijding te doen weerklinken, sprak van „Onze strijd tegen een der gevaarlijkste vijanden van ons Verbond".

Dus zullen we tevreden zijn, zoodra we het

Sluiten