Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

derwerp hebben, als hetwelk tusschen partijen in geschil is;

7°. indien er een burgerlijk rechtsgeding tusschen den rechter, zijne vrouw, hunne bloedverwanten of aangehuwden in de rechte linie, en eene der partijen hangende is;

8°. indien de rechter voogd, curator, vermoedelijke erfgenaam of begiftigde is van eene der'partijen, of indien eene der partijen zijn vermoedelijke erfgenaam is;

9°. indien hij is bewindvoeder van eenige, als partij in de zaak betrokken zijnde stichting, maatschappij of lichaam van bestuur; 10°. indien er een hooge graad van vijandschap bestaat tusschen hem en eene der partijen; 11°. indien er tusschen den rechter en eene der partijen sedert den aanleg van het rechtsgeding, of binnen zes maanden vóór de wraking, hebben plaats gehad beleedigingen of bedreigingen.

36. Ieder rechter die weet, dat er eenige reden van wraking tegen hem bestaat, zal gehouden zijn dezelve op te geven aan het college waarin hij zitting heeft, hetwelk beslissen zal of hij zich van de zaak onthouden moet.

37. De redenen om welke een rechter kan gewraakt worden, zijn toepasselijk op het openbaar ministerie, mitsgaders op de griffiers en substituut-griffiers; zulks evenwel met dien verstande, dat geen ambtenaar van het openbaar ministerie gewraakt kan worden, wanneer hij ambtshalve als partij in het geschil betrokken ia; gelijk ook zoodanige wraking niet zal kunnen plaats hebben ter zake van strafgedingen, door de ambtenaren van het openbaar ministerie ambtshalve gevoerd

Sluiten