Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

234. De partij zal in persoon, zonder door eenen practizijn te zijn bijgestaan, en buiten de tegenwoordigheid van den verzoeker of diens practizijn en zonder eenig geschreven opstel te mogen voorlezen, antwoorden op de vragen welke aan haar door den rechter of den ambtenaar. die denzelven vervangt, op dein het verzoekschrift vervatte feiten en vraagpunten, of zelfs ambtshalve, naar aanleiding van dezelve zullen worden gedaan.

235. Indien de partij welke op vraagpunten wordt gehoord, ten aanzien van de eene of andere der haar voorgehouden vragen verklaart dat zij, uit hoofde van door haar op te geven redenen, buiten staat is om dezelve dadelijk naar behooren te beantwoorden, zal de rechter of de ambtenaar die denzei ven vervangt, wanneer hem dit beweren gegrond voorkomt, aan den ondervraagde het noodige uitstel kunnen verleenen.

236. De besturen van openbare instellingen. stichtingen en zedelijke lichamen, zullen een hunner leden benoemen om op de feiten en vraagpunten te antwoorden.

De partij behoudt het vermogen om de bestuurders van zoodanige instellingen, stichtingen en zedelijke lichamen, over feiten die hen persoonlijk betreffen, te doen hooren. ten einde daarop bij den rechter zoodanig worde acht geslagen als bevonden zal worden te behooren.

237. Het proces-verbaal van ondervraging zal worden opgemaakt door den griffier en aan den

■ ondervraagde worden voorgelezen, welke daarin vervolgens nog kan maken zoodanige veranderingen en bijvoegingen in zijne antwoorden, als hij zal noodig oordeelen, en welke zullen geschreven worden aan het einde of op den kant van het verhoor. Hiervan zal hem insgelijks voorlezing

Sluiten