Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

palingen voorzien, wordt de loop van een rechtsgeding geschorst:

1°. door den dood van eene der partijen; 2°. door verandering van den persoonlijken staat

van eene der partijen;

3°. door het ophouden der betrekkingen waarin

zij het geding voerde; •

4° door den dood of door het verlies van de betrekking van den gestelden procureur.

249. In geeu dezer gevallen zal de schorsing plaats hebben of de beslissing van het rechtsgeding opgehouden worden, wanneer hetzelve in staat van wijzen is.

In de drie eerste gevallen in het voorgaande artikel vermeld, wordt, wat deze schorsing betreft, een rechtsgeding gehouden in staat van wijzen te zijn, zoodra de conclusien op de terechtzitting zijn genomen.

In het laatste geval, na den afloop der pleidooien of, wanneer de behandeling bij geschrifte is bevolen, nadat de wederzijdsche schrifturen beteekend, of de daartoe gestelde termijnen verloopen zijn.

250. De oorzaak der schorsing van het rechtsgeding moet, indien hetzelve niet is in staat van wijzen, van wege de belanghebbenden aan de partij worden beteekend, en zonder zoodanige beteekening kan het rechtsgeding, al mochten zoodanige oorzaken bestaan, worden voortgezet.

Alleen in het vierde geval van artikel 248 wordt die beteekening niet gevorderd en heeft de schorsing van zelve plaats.

Alle procedures na die beteekening zijn nietig en zonder eenig gevolg, ten zij dezelve, nevens eene nieuwe procureur-stelling, de verklaring behelze, dat het rechtsgeding op de laatste geding-

Sluiten