Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nen zekeren te bepalen tijd voortzette, of dat anders zal worden recht gedaan.

260. Indien de ontkentenis eene zaak betreft, waarover geen rechtsgeding hangende is, moet de eisch worden gebracht voor den bevoegden rechter van den verweerder.

261. Indien de ontkentenis deugdelijk verklaard wordt, zal de ontkende verrichting en het vonnis hetwelk daarop mocht zijn gewezen, of hetgeen in de bepalingen van het vonnis betrekking heeft tot de punten waarover de ontkentenis gaat, nietig en van onwaarde zijn.

262. Bijaldien echter in de zaak reeds een eindvonnis is gevallen, en zoo de termijnen van appel nog niet zijn verloopen, kan de partij de nietigheid der in artikel 256 vermelde acten en vonnissen doen uitspreken in appel en de zaak ten principale doen vervolgen.

263. Bijaldien dat eindvonnis is gewezen in het hoogste ressort, of in kracht van gewijsde zaak gegaan is. zal de benadeelde partij tot op het oogenblik dat het vonnis ten uitvoer gelegd is, van den rechter, die hetzelve heeft gewezen, de intrekking daarvan kunnen vorderen.

Hangende liet geding daarover, wordt de tenuitvoerlegging van het vonnis geschorst

264. De procureur tegen wien de eisch tot ontkentenis woidt toegewezen, zal jegens den eischer en jegens de andere partij in de kosten, schaden en interessen verwezen worden, zoo daartoe gronden zijn.

Ook kan de rechter naar gelang van den aard der zaak hem, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 192 van het Reglement op de rechterlijke organisatie en het beleid der justitie, in zijne bediening schorsen of zijne afzetting voordragen.

Sluiten