Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kozene, of krachtens het tweede lid van artikel 106 gestelde woonplaats.

878. Indien de geroepen partij op den bepaalden tijd niet voor commissarissen verschijnt, en alzoo geene tegenspraak doet, onderzoekt het hoog-gerechtshof of de raad van justitie, op rapport van commissarissen, of genoegzaam van het onvermogen des verzoekers blijkt, en staat in dat geval het verzoek toe, ten zij de rechter reeds bij voorraad mocht bevinden dat de voorgenomen

vordering of verdediging klaarblijkelijk van allen grond is ontbloot.

879. Bij verschijning der geroepen wederpartij, kan zij het verzoek tegenspreken, op grond dat reeds aanvankelijk volkomen van de ongegrondheid van des verzoekers beweren blijkt, het zij wat de daadzaken betreft, door afdoende bewijsstukken, het zij wat het recht betreft, uithoofde van uitdrukkelijke wetsbepaling.

880. De tegenspraak kan ook geschieden op grond dat het bewijs van onvermogen ontbreekt of gebrekkig is, of op grond eener aanwijzing van genoegzaam bezit van vermogen des verzoekers.

881. Op het rapport van commissarissen wordt het verzoek toe-of afgewezen, en bij toewijzing aan den verzoeker een procureur toegevoegd, indien hij daarvan niet reeds voorzien is, ten einde hem kosteloos bij te staan.

882. Indien de verkrijger der kostelooze toelating in eersten aanleg is in het ongelijkgesteld, zal hij in hooger beroep of in cassatie niet kosteloos kunnen procedeeren, alvorens door den hoogeren rechter op nieuw daartoe te zijn toegelaten , op dezelfde wijze als voor den eersten aanleg is voorgeschreven.

Sluiten