Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 971.

1. In de gevallen bedoeld bij de eerste, de tweede, de vierde en de vijfde afdeeling van den vierden titel van het derde boek, wordt het verzoek om beslag te leggen, of, in het geval voorzien bij artikel 761, den schuldenaar bij voorraad te gijzelen, schriftelijk of mondeling gedaan aan den residentierechter der plaats waar het beslag moet worden gelegd of de gijzeling moet geschieden.

2. Het mondeling verzoek wordt door of op last van den residentierechter in geschrift gebracht.

3. Bij beslag tot revindicatie van roerende goederen zal de waarde der goederen door den verzoeker moeten worden geschat en niet meer dan vijfhonderd gulden mogen bedragen.

4. Bij inwilliging van het verzoek, geschiedt de inbeslagneming of ingijzelingstelling op schriftelijken last van den residentierechter, met inachtneming' der formaliteiten, welke bij den derden titel van dit boek voor het executoriaal beslag op roerende goederen of, in het geval van artikel 761, voor de tenuitvoerlegging van den lijfsdwang zijn voorgeschreven.

5. Op de beslagen, bedoeld bij de tweedeen vijfde afdeeling van den vierden titel van het derde boek, is artikel 1001 van toepassing.

Artikel 972.

1 De vorderingen tot vanwaardeverklaring worden aangevangen op de wijze als bij artikel 925 is voorgeschreven.

2. Indien, bij de vordering tot vanwaardeverklaring van een beslag tot revindicatie van roerende goederen, degeen, bij wien de goederen zijn in beslag genomen, de bevoegdheid van den

Sluiten