Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 1020.

1. De kosten van het onderhoud van den gegijzelde komen ten laste van dengene aan wien de gijzeling is verleend en zullen van dertig tot dertig dagen vooruit aan den cipier worden betaald, volgens het tarief bedoeld bij artikel 587. (*)

2. Wanneer de schuldeischer vóór den een en dertigsten dag aan deze verplichting niet heeft voldaan, wordt op de daartoe strekkende vordering van den schuldenaar, mits voegende bijzijn verzoek een getuigschrift door den cipier afgegeven, waaruit blijkt dat het onderhoud niet is voldaan, of op aanvraag van den cipier, door den residentierechter dadelijk zonder eenige formaliteit, schriftelijk bevel gegeven tot ontslag uit de gijzeling.

3. Tegen het bevel tot ontslag is geenerlei voorziening toegelaten.

4. Van de uitvoering van het bevel tot ontslag wordt in dit en in ieder ander geval binnen vier en twintig uren door den cipier kennis gegeven aan den griffier van het residentiegerecht.

(f) 585. Verzet, h>oger beroep of cassatie, belet geenszins het ten uitvoer leggen van den lijfsdwanz, uitgesproken bij oen vonnis, hetwelk bij voorraad kan worden ten uitvoer gelogd; mits in dit geval zekerheid worde gesteld voor de vergoeding van kosten, schaden en interessen, waartoe de arrestant mocht worden veroordeeld.

(f) 586. Niemand kan ter zake van dezelfde schuld langer dan drie jaren in gijzeling worden gehouden.

Buiten de gevallen bij het laitste lid van artikel 580 vermeld, houdt de lijfsdwang in burgerlijke zaken op, zoodra de schuldenaar den vollen ouderdom van vijf en zestig jaren heeft bereik.

(f) 587. Bij de uitoefening van lijfsdwang is de schuldeischer verplicht iedere dertig dagen voor te schieten eene toereikende som tot onderhoud van den schuldenaar, volgens het door den Gouverneur-Generaal vastgesteld of later vast te stellen tarief. Z. O. Z.

Sluiten