Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Heiligen Geestes voedt, dat is niet zoozeer te verstaan alsof er eenige vermenging of' overgieting van substantie zou ontstaan, maar veelmeer dat wij uit het vleesch dat eenmaal tot een slachtoffer geofferd is en uit het bloed dat tot verzoening uitgegoten is, leven putten" ').

Eenige bladzijden verder verzet Calvijn zich tegen het geestelijk eten, alsof we hier een bloot en ijdel teeken hadden, en evenzeer tegen het vleeschelijk eten, alsof hier op Roomsche wijze sprake was van een spookgestalte, in plaats van een waar lichaam. Daarna geeft hij dan de opvatting der Gereformeerden op deze wijze weder:

„Daar wij weten dat er een eenig lichaam van Christus is, dat eenmaal als slachtoffer geofferd is om ons met God te verzoenen, beweren we dat datzelfde lichaam ons in het Avondmaal wordt aangeboden, omdat Christus vooraf de onze behoort te worden, zal hij ons de genade der verworven zaligheid mededeelen, en het vleesch van Christus voor ons levend, omdat wij daaruit geestelijk leven putten" 2).

„Wat zal een sterfelijk en aardsch mensch" zoo gaat hij later voort opdat we niet enkel bij het teeken blijven staan .... ja, „wat zal de gansche vergadering der vromen [uitwerken] door een weinig wijn en brood te proeven, tenzij uit den hemel die stem doorkliuke, dat het vleesch van Christus geestelijke spijze is, en zijn bloed waarlijk drank? Naar waarheid besluiten we derhalve dat de materie van water3), brood en wijn ons volstrekt niet deelgenooten

i) In Niemeyer, Collectio Confessionum in Ecclesiis reformatis publicatarum, Lips., jidcccxl, p. 196.

3) L. 1., p. 200.

3) In het voorgaande is ook over den Doop gehandeld.

Sluiten