Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met het leven saam, zooals reeds Prof. Gooszen terecht heeft opgemerkt, maar toch, naar mij voorkomt, op andere wijze dan Z. Hooggeleerde dat voorstelt. Met Bullinger b. v. heeft Calvijn gemeen dat hij het Verbond hoogst bevorderlijk acht voor de verklaring van den aard der Sacramenten '), maar terwijl Bullinger, trans- en consubstantiatie voorzichtig mijdend, den nadruk legt op het geloof2), waarin alle werking van Christus en alle gemeenschap aan Christus plaats heeft, treedt bij Calvijn op den voorgrond: de gemeenschap van Christus, die de geloovigen doet leven, voedt en onderhoudt. Zoo goed als Farel heeft ook Calvijn een oog voor de liefde Gods, maar waar Parel zich in den breede met het subject, den godvruchtigen Avondmaalsganger bezig houdt3), leeft Calvijn daarentegen uit het objectieve;

') Vgl. boven, blz. 10.

2) Zie Bullinger, Huysboeck, 1568, dec. v, serm. vu, fol, 273, 1, 2 en 3; 274, 1, 2 en 3; 276, 1 en 2; 277, 1, 3 en 4; 278, 1; 279, 2; serm. ix, fol. 296, 1; 300, 4; 301, 1 en 2; 303, 1. Vgl. ook Dr. A. J. van 't Hooft, De Theologie van Heinrich Bullinger in betrekking tot de Nederlandsche Reformatie, Acad. Proefschr. Amst.

1888, blz. 70.

3) Ook Farel kon de wekelijksche viering van het Avondmaal wenschen, zoowel als Calvijn de bediening. Farel coördineert bediening en viering; Calvijn subordineert de viering aan de bediening. — Hij viert het Avondmaal recht voor wien het enkel bediening is; anders ziet men een verward beeld, van Christus en van zicbzelven. Dat valsche dualisme had Calvijn overwonnen. - Tot staving van Farels subjectivisme volsta deze eene uitdrukking : „de Eerstelingen, de Brandoffers en Dankoffers waren verordend om er God mede dank te zeggen, met de verklaring dat men in de Wet van God wilde volharden en tot zijn volk wilde behooren." Bij Prof. Dr. Gooszen, a. w. blz. 318. — Ook Dr. J. I. Doedes, in zyne scherpzinnige ontledingen, gaat uit van de onveranderlijkheid der teekenen van brood en wijn, en geeft deze subjectivistische verklaring dat de gemeenschap des

Sluiten