Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1296, 1320, 1324, 1337 noemen het Waddeneiland in het Nederduitsch : die Scelinghe (of Schelinghe), in het Latijn: Scelingha.1)

Ook even na 1500 schreef nog de Friesche edelman Jancko Douwama: »ick hebbe van der Scelonge untfangen hundert golden florenen."2)

Gemeenlijk komt de naam echter voor met de letter l dubbel genomen. Zoo kondigde hertog Aelbreeht van Beijeren ten jare 1399 aan, dat hij verkocht had aan zijnen «lieven neve ende ghetrouwen Raet Johan Heer 't Arkel een eylant ghelegen in der zee, gheheten die Scellinghe."3) En twee jaar vroeger werd in de grafelijke rekeningen geboekt, dat aan een bode twee Henegouwsche Kronen waren uitbetaald som te vernemen van der maren, dat her Gheryt van Egmonde en her Jan van Heenvliet die Scellinge gewonnen hadden."4)

Als men oudtijds aan een Hollander vroeg: »waar zijt ge geweest?" dan antwoordde hij: »up tie Scelling,"5) of nog korter: »ter Schelling", maar nooit: »te Ter Schelling," gelijk men in onze dagen hoort.

Naast de spreekwijze: de of die Scelinghe of Schellinge komt in de bescheiden van vorige eenwen ook nog deze andere vorm voor: der Scellinge.0)

Eindelijk vindt men den naam geheel zonder lidwoord, gelijk wij in een oude Kroniek lezen: »Int selve Jaar (1373) tooch Willem van Naeltwyck met veel schepen

') G. Colmjon, Register van Oorkonden, die in het Charterb. v. Friesl. ontbreken, no. 127.

Mr. Nanninga Uiterdijk, Register van Charters v. Kampen, no.19, 38,159.

2) Jancko Douwama's Geschriften. Leeuw. 1849 bl. 711.

3) Dr. Eelco Verwijs, De oorlogen van hertog Aelbreeht bl. 502.

4) Verwys, t.a.p. bl. 144.

5) Sohwarzenberg, Charterb. v. Fricsl. I bl. 289.

f) Sohwarzenberg, t.a.p. I bl. 246, 264, 337, 339.

Sluiten