Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men het doen in de Hollandsehe taal, zoo gebruike men kortweg den naam: Schellinge, of met het lidwoord: de Schelling of der Schelling. ') Wil men de latere benaming: Ter Schelling wegens het algemeen gebruik niet prijsgeven, hoewel het onzin is, zoo verergere men het taalschenden tenminste niet door het aldus te schrijven: Terschelling, maar schrijve het immer in twee woorden. Ook is in strijd met alle zuiver begrip van taal het vormen van woorden als: Terschellinger en Terschellingsch. Dit is een even groote ongerij mdheid, als wanneer men spreken en schrijven ging van Tergouwsche pijpen of van Tergoessenaars. 2) Waarom noemt men de eilanders niet met hun alouden, en, gelijk wij aanstonds zullen zien, zinrijken naam: Schellingers? En waarom zouden we niet weder naar aloud spraakgebruik het eiland tusschen Flie en Borne: Schellingerland, der Schelling of Schellinge noemen? Te eer zal men deze historische namen in eere herstellen, indien men hun oorsprong en beteekenis kent.

Om die te kunnen vaststellen vrage men allereerst: wat beduidt in het oud-Friesch s k i 1 i n g h e of schilinghe; of, hetgeen op hetzelfde neerkomt: wat beteekent in het Hollandsch der Middeleeuwen scelinghe? De woordenboeken geven daarop ten antwoord: schilinghe of scelinghe beteekenen : dat wat scheiding teweeg brengt, vandaar: geschil, scheiding, twist. 3) Een merkwaardig voorbeeld, waarbij in één volzin genoemd woord in deze

') „Der" in der Schelling is een oud lidwoord dat o.a. voorkomt in den ouden naam der Zeeuwsche Btad Goes, namelijk der Goes. Ter Schelling beteekent dus: te der = naar of op de Schelling.

2) Johan Winkler, Algemeen Nederduitsch en Friesch Dialecticon, 's Gravenh. 1874, dl. II bl. 7.

3) De Haan Hettema, Idioticon Frisicum, in voce.

Sluiten