Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was voor de Friesen der Middeleeuwen de groote scheidsrivier. Zij was de Noordelijke tak van den Rhijn en doorsneed het aloude Friesland in zijn volle uitgestrektheid. Thans noemen wij haar IJsel, maar voorheen had zij bij Kampen haar loop nog niet voleind. Met een sterke bocht ging zij op ons tegenwoordig Friesland af, langs de wallen van Staveren en West-Workum, tot ze eindelijk tusschen Flieland en Schellinge zich in de wateren van de Noordzee stortte. Zij wordt verscheidene malen genoemd in de oude Friesche wetten en in de Romeinsche geschiedboeken, en draagt daarin nu eens den naam van Flehi of Fli, dan dien van Flevus of Fleo. Naar dezen stroom werd het uitgestrekte Friesland in drie deelen gesplitst, n.1. in Midden- West- en OostFriesland. Schellinge nu lag juist op de scheiding van West- en Oost-Friesland. Het behoorde nog tot ┬╗Frisia inter Flevum et Lavicam" (tusschen Flie en Lauwers), doch stak men den breeden Fliestroom over, dan was men in West-Friesland. En in deze ligging aan het scheidingspunt der Friesche gouwen is de naamsoorsprong van het Waddeneiland gelegen.

Schellingerland dankt dus zijn naam aan den Fliestroom. Het is het land aan de scheiding.

Heeft die naam ook thans nog zin? Voorzeker, want het Flie is nog de taalgrens tusschen landslieden, die Friesch en die Hollandsch spreken. Op Schellinge hoort ge nog echte Friesche klanken, maar gaat ge het Flie over, dan is het uit met 't Friesch. Schellinge is dus nog de scheiding. In eere blijve daarom de oude, historische naam!

Sluiten