Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan kan op die vraag niet een vast jaartal ten antwoord worden gegeven. Wel hebben enkele vreeselijke stormen het verlies van deze landstreek verhaast, maar de wegzinking heeft op een langzame wijze plaats gehad.

De waterleeuw dreigde van drie kanten. Fliemond scheurde steeds breeder landwaarts in; Zuidelijk beukte Flevo, Noordelijk spookte de Borne. En dan nog hielpen menschenhanden aan het verwoestingswerk argeloos mee. De monniken van Luynkerk gingen namelijk in het begin der 13de eeuw een vaart naar de zeekust graven, dwars door de landtong heen. De tegenwoordige Monnikesloot, ten Zuiden van Flieland is er nog een overblijfsel van. Ze deden dit om gemakkelijker de landerijen te bereiken, die zij in deze streken in eigendom hadden. Zij hadden van Graaf Willem II het gansche eiland Flieland in bezit gekregen.1) Ook hadden vele Friesen hunne landerijen op zekere voorwaarden aan het klooster overgedragen, omdat zij niet bij machte waren de dijken te onderhouden. Ten einde deze bezittingen te ontlasten van het overtollige water, groeven de monniken, behalve bovengenoemde vaart, nog vele andere afvoerkanalen, die uitliepen in Borne of Flie. Toen echter zware stormen losbarstten, en het water tot ongekende hoogte werd opgezweept, veranderden de vaarten in plassen en kwam de toch reeds bedreigde landtong in nog bedenkelijker staat. In het jaar 1287 had de geweldige wegscheuring van land plaats, waarbij het stadje Gryn door de zee werd verzwolgen.2)

Toch moet nog een smalle strook lands behouden zijn

'j Winsemius, anno 1222; Schotanus, Ktrial, en Wereldl. gesch. van

Friesl. bl. 106.

•i) Oudenhoven, Cimbersche Oudheden, anno 1287.

Sluiten