Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

houden van het eens zoo bloeiend stadje, was het overschot van het uitgestrekte landschap, waar machtige kloosters welvaart en beschaving hadden gebracht. En immer door moest het nog van zijn grond afstaan aan de roofzuchtige zee. Terwijl het in 1398 nog tweehonderd morgen groot was,') beslaat het thans niet meer dan 30 Hectaren. —

Een wondere speling in de historie van Gryn is zeker deze, dat het vergeten eilandje in de 16de eeuw nog eens uit zijn vergetelheid werd opgebeurd. Er vestigden zich namelijk in den zomer enkele lieden die op het uitgestrekte weidevlak een kudde schapen en ander melkvee lieten grazen. Zoo stonden er b.v. in het jaar 1611 een viertal woningen, »seer sober geconditioneerd, houdende 25 ofte 26 hoornbeesten ende omtrent 300 schapen."2) Dit beduidde nu op zich zelf zeer weinig, maar van de melk dezer dieren werd door de pachters een zoo smakelijke kaas bereid, dat zij voor een fijne lekkernij werd gehouden. Onze vaderen rekenden de Gryndsche kazen met de Texelsche en de oude Edammer tot de beste van Holland.3)

Maar ook deze roem was kort van duur. De bewoners waren aan velerlei gevaren en ontberingen blootgesteld. Meermalen «klopte de blanke Hans aan 't venster,"4) wanneer bij springtij of stormvloed de zee hunne weiden overstroomde of haar schuim tegen de ruiten spatte van

') Verwijs, De oorlogen van Hertog Aelbrecht, bl. 502 v.

5) Rapport van Dirk Duyst van Voorhout en E. van Heynegom, in het Rijksarchief te 's Gravenhage.

3) Junius, Batavia etc. Dordr. 1575. Cap. XIV. pag. 337.

4) Een uitdrukking van de bewoners der Halligen in Noord-Friesland, wier leven geheel overeenkomt met dat der oude Gryndsche pachters, Vergel. G. Weigeit, Die nordfriesischen Insein vormals und jetzt. Hamb. 1858,

Sluiten