Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Met zelfverwijt in 't hart waren de Schellingers in dezen strijd lijdelijke toeschouwers gebleven. Zich zónen te voelen van het Friesche vaderland, en dan werkeloos aan te zien dat de volksgenoot slaag krijgt, 't had moeite gekost. De gesloten overeenkomst knelde als een juk, en toen er stemmen opgingen: weg met de onzijdigheid! wierp men 't af. Dit kwam hun echter duur te staan. De Hollander had hen in 't oog gehouden en zond nu ijlings krijgsvolk onder bevel van Gerrit van Egmond en Jan van Heenvliet, om de afvalligen voor hun Friesche sympathieën te straffen. Zoo werd dan Schellingerland andermaal gebrandschat en een aantal zijner inwoners gevankelijk naar den Haag gevoerd.1)

Graaf Aelbrecht begreep intusschen zeer goed, dat het eiland immer een wankel bezit voor hem zou blijven. Daarom verkocht hij het in 1398 als een onversterfelijk erfleen aan den machtigen ridder Jan van Arkel. Alleen de tol en de strandvonderij behield hij voor zich. Ook moest Arkel beloven op zijn Heerlijkheid »een veste ofte slot te sullen tymmeren" en dit voor zijn meester open te stellen, indien deze dat verlangde.2)

Nauwelijks was in 1401 de vrede tusschen Holland en Friesland geteekend,3) of weer kwamen donkere wolken op het Flie aandrijven. De nieuwe Heer was een trotsche onbuigzame natuur. Als stadhouder van Holland en rentmeester der grafelijke inkomsten, verkoos hij aan niemand rekenschap te geven van zijn beheer. Dit verdroot ten leste de graaf zóó, dat hij Arkel ten eeuwigen dage uit het graafschap verbande, en zijn goederen —,

') Verwys, t. a. p. bl. 144 v.

2) Verwys, t. a. p. bl. 502.

:') In den vredebrief worden de Schellingers nog der Friesen bondgenoot genoemd. Verwys, t. a. p. bl. 550.

Sluiten