Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meesteren der genoemde steden ┬╗verrechtinge souden crygen soe dat behoort.'") Hetzelfde gold voor Ameland, dat eveneens last van de Hollandsche indringers had gehad. Wel zullen de eilanders in deze zaak niet geheel onschuldig zijn geweest, want hun woonplaats was een toevluchtsoord voor kapers en vrijbuiters, die leefden van zee- en strandroof. Maar Filips was te zeer doordrongen van de beteekenis dezer eilanden, dan dat hij ze niet de hand boven het hoofd zou houden. Zijn zorg strekte zich zelfs uit tot Schiermonnikoog. Als 't er toe kwam, moest hij ook op dat eiland kunnen rekenen.2)

Tot het einde der eeuw (de 15de) bleef alles echter rustig. Maar toen drong nog eens en nu voor 't laatst de strijdvraag naar voren: Friesland of Holland. Edoch, de rollen waren nu omgekeerd, want niet de Hollandsche graaf maar de potestaat van Friesland Hendrik van Saksen trok het zwaard tegen Schellingerland. Deze jonge, onbesuisde vreemdeling, die als een tweede Rehabeam de Friesen met scorpioenen kastijdde, beschouwde zonder hoofdbreken het Waddeneiland als een deel van zijn gebied. In 1499 liet hij het brandschatten en de regeerende overheid plaats maken voor een andere.3) De toenmalige Heer van het eiland, Cornelis van Bergen, opperveldmaarschalk van den graaf van Holland zag in het gebeurde een welkome gelegenheid om zijne Heerlijkheid, waarvan hij tot dusverre weinig profijt had gehad, nauwer aan zich en aan Holland te verbinden. Op zijn aansporen deden de ingezetenen hun beklag bij graaf Filips den Schoonen, die er zich in verheugde, dat

') Eose, Mcmoriaalb. V fol. 173.

2) Rose, t. a. p. fol. 126.

:l) Wil ontleenen deze en volgende feiten aan 4 onuitgegeven oorkonden in het Rijksarchief te 's Gravenhage.

Sluiten