Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VII.

DE HEEREN VAN SCHELLINGERLAND.

Het geslacht van Schellinger edelingen, die vooral in de 14de en 15de eeuw een hoogst belangrijke plaats op dit eiland hebben ingenomen, is dat der Popma's. Wat de Cammingha's voor Ameland waren, dat zijn de Popma's voor Schellingerland geweest. Er ligt dan ook in de geschiedenis dezer beide geslachten een onmiskenbare trek van overeenkomst. Immers beide hebben een zelfde taaie worsteling tegen den on-Frieschen indringer doorgemaakt, om voor zich den titel «Vrij- en Erfheer des eilands" te veroveren en te handhaven. Slechts de einduitkomst van dezen strijd is gansch verschillend geweest. Terwijl de Cammingha's met de palm der overwinning uit het krijt zijn getreden, hebben de Popma's het onderspit gedolven. Deze ongelijke lotsbedeeling spiegelt zich nog af in het heden. In de volksherinnering leven de Cammingha's op Ameland nog voort en geen tachtig jaar geleden praalde nog hun trotsche stins met den hoogen slottoren zuidwaarts van Ballum, als 0111 te getuigen van de grootheid der aloude Vrijheeren. De naam der Popma's daarentegen is een onbekende op Schellingerland en het landvolk weet zelfs de plaats niet meer, waar hun woonzetel stond, hoewel ze voor allen Openbaar is. Even in het lage miedland van het dorpke

Sluiten