Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het Hof van Holland reisde de Heer van Bergen daarop naar het eiland om dit ┬╗in zijn possessie" te nemen. Zoodra dit Jarich Popma ter oore kwam begreep hij, dat het hooge spel, tot dusverre gespeeld, uit was. Vreezende op een smadelijke wijze buiten eigen erve te worden gestooten, reisde hij in allerijl den nieuwen Heer te gemoet 0111 zich ter zijner beschikking te stellen. Deze ontving hem in Haarlem en blijkbaar trof 't hem toen de stoere Strand-Fries hem salsulcken recht als hij of syne alders hebben ofte calingieren mochten tot de Heerlijkheid van der Schelling" opdroeg, behalve zijn voorvaderlijk erfgoed. Toen Jarich dan ook de begeerte te kennen gaf, om verder als schout des eilands in dienst van zijn nieuwen Heer te mogen staan, werd aan dien wensch voldaan. i>Van Haarlem is daarop Heer Cornelis gereyst na der Schelling ende aldaer comende is hij van den ondersaten eerlic ende vruntlick ontfaen ende ingehaelt ende hebben de ondersaten ende Jarich hem in allen geobedieert en hem eedt gedaen als Heer ende Rechter."1)

Jarich Popma moest zich dus met het ambt van schout tevreden stellen; nevens hem werden zeven schepenen met de rechtspraak belast, terwijl een rentmeester de belastingen en de andere inkomsten des Heeren moest innen.

Na het vertrek van Heer Cornelis dacht evenwel de schout 't weer den ouden koers te kunnen uitsturen. Maar daarin had hij zich ditmaal bedrogen. De rentmeester gaf geen penning toe en vorderde stiptelijk alle gelden in, die weleer de Popma's aan zich hadden getrokken.

Bitter teleurgesteld besloot hij zijn beklag bij den Heer in te dienen. Vergezeld van Hendrik Hermansz, pastoor

') Acte van arbitrage. R. A.

4,

Sluiten