Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heet, en weleer een plaats van bedevaart was.1) Het eenige stuk van den ouden inboedel der kerken, dat voor 50 jaar nog bestond, was een zandsteenon doopvont utt de Zuidkerk, met 2 monden en versierd met beeldhouwwerk. De bliksem heeft haar echter gespleten en de boeren hebben haar verder aan gruis geslagen om er een schapenpad in het Nieuwland mee te plaveien.

Verder is er zelfs geen beschilderd kerkruitje of een grafsteen met een kruis, die nog herinneren aan den Roomschen cultus der Middeleeuwen, overgebleven.

In drie der genoemde kerken werd voortijds de dienst waargenomen door twee geestelijken, den pastoor en zijn vicaris of jongerpriester,2) n.1. van Suryp, Midsland en Hoorn. Aan die kerken waren dan ook vicarie-goederen verbonden, waaruit het inkomen des jongerpriesters vloeide. De Heer des eilands had dit jongerschap te begeven, terwijl hij tevens het toezicht over de voormelde goederen had. De keuze des priesters daarentegen berustte van ouds bij de gemeentenaren3) gelijk in ganscli Friesland het geval was. Behoefde men dus een nieuwen pastoor, dan kwamen de stemgerechtigden ter gemeentevergadering om hunne stem uit te brengen. Ook het godsdienstig leven zal op Schellingerland vrij wel hetzelfde zijn geweest als in de Friesche gouwen. Er werden met milde hand offers gebracht, zooals blijkt uit het groot getal kerken en uit de aanzienlijke eigendommen, die er toe behoorden. Nog hebben de kerkvoogdijen en diakonieën van Oosterschelling een rijk grondbezit, cn eens was dit met Westerschelling ook het geval, maar in

') Daar ligt nog een stuk grond dat Bestean = bidsteden heet. *) Volgens het Rapport van 1611, E. A.

3) Volgens het rapport: „De collatie van de koreken i3 in voortijden geschiedt bij de gemeenten."

Sluiten