Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den Franschen tijd werden hare papieren waardeloos.1) Het meest komt echter de Middeleeuwsche kerkgeest bij de Schellinger bevolking uit in den band, die haar meer dan twee eeuwen bond aan het klooster der witte monniken te Lidlum.

Daar een dezer ordebroeders, Leo Sibrandus, de geschiedenis zijner abdij uitvoerig heeft beschreven, kunnen wij nagaan, wat eiland eu klooster voor elkander zijn geweest.

Wij merken dan op, dat meermalen jonge Schellingers zich binnen Lidlums kloostermuren hebben afgezonderd, om gevormd te worden voor den geestelijken stand en dat zij, geordend zijnde, de kerken hunner geboortegrond hebben gediend. Tevens zien wij een paar van deze zielszorgers later optreden als abt van het Kloostergesticht, welks ordekleed zij hadden gedragen. En zoo is inderdaad wederzijds invloed geoefend tusschen Schellingerland en ten Dale.

Omdat dit de hoofdzaak is die ons bekend werd uit de oud-kerkelijke geschiedenis des eilands, plaatsten wij den naam van Lidlums convent boven dit hoofdstuk.

Aan de hand der kloosterkronyk2) willen wij kort verhalen vooreerst de stichting van onze lieve Vrouwe ten Dale, in de tweede plaats de oorzaak waardoor zij met der Schelling in betrekking kwam en eindelijk het belangrijkste uit het leven van de eilanders, die tot haar hebben behoord.

* *

*

') In het archief aldaar is nog een bundel schuldbrieven, die een waarde vertegenwoordigden van omstreeks twintig duizend gulden. -) Sibrandi Leonis Vitae et res gestae Abbatura in Lidlum. ed. A. Matthaeus, Veteris aevi Analecta Tom III, 541 seq.

Sluiten