Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

torenklok;1) en omstreeks 1500 Hendrik Hermansz, die met Jarich Popma een reis maakte naar liet stadje Grave tijdens het geschil met den Heer des eilands.'2) Yan de pastoors te Hoorn kennen wij Heer Tjaard, Folkert, Tjebbe en Evert. Van de levensgeschiedenis der drie eersten zullen wij meerdere bizonderheden mededeelen, van den laatste is ons slechts bekend dat hij gerekend werd onder de uitnemende mannen van zijn tijd3) en dat hij eens werd opgeroepen, om voor de belangen van onze lieve \ rouwe ten Dale op te komen, 't Zag er toen donker uit voor de eenmaal zoo bloeiende abdij, want tweedracht en wanorde zaten op den troon. Drie abten wilden tegelijkertijd de teugels van het bewind in handen hebben en zóó groot was de verwarring, dat elk hunner in één Kerstnacht cle mis voor het hoogaltaar ging bedienen. Eindelijk wist Johanncs Duiveland, een gunsteling van George van Saksen, het roer in handen te krijgen, maar hij was een doorn in het oog der kloosterbroeders, omdat hij een verkwister was en het klooster nog dieper deed zinken. Met dezen onhoudbaren toestand begaan, werd eindelijk raad gehouden door de kundigste en wakkerste geestelijken, die van Mariëndal waren uitgegaan, om het zinkend convent voor volslagen ondergang te behoeden. Onder hen bevond zich ook Heer Evert, de Oosterschellinger parochiepriester. Gezamenlijk hebben zij den plichtvergeten abt van zijn ambt ontzet.

') Het opschrift luidt:

„Sanctus Willebrordus ben ik gehieten

Dye Peerochianen van Midslanta hebben mij laten ghieten

In 't jaar ons Heeren MCCCCLII Heer Tyerk Pastoor."

2) Zie bid. 50.

3) Sibr. Leo pag. 57ö.

Sluiten