Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ons rest nu nog met enkele trekken het beeld te teekenen van drie geboren Schellingers, die eens de abtenstaf van Lidlum hebben gevoerd, terwijl twee hunner eerst als pastoor en deken hun eiland hebben gediend. In het leven van dit drietal is één gemeenschappelijke trek, n.1. dat het vergald is door machtige edelen, die jaloersch waren op den rijkdom van het klooster.

't Eerst dan komt aan de orde, Tjaard, die omstreeks 1350 het levenslicht zag in het dorpke Hoorn. Hij deed zijn taalkennis op in de boekerij van Mariëndal en zijn rechtskennis aan de hoogeschool te Oxford in Engeland, waar hij den graad behaalde van licentiaat in het kanoniek en Romeinsch recht. In het vaderland teruggekeerd, werd hij gekozen tot pastoor en deken te Winsum en kort daarna tot abt van ten Dale. Het geschiedboek van 't klooster verhaalt dit aldus: » nadat de kerk van Lidlum van haar wettigen herder was beroofd,1) spoedt de vader-abt Heer Gerbrand zich schielijk naar zijne dochter heen en stelt zich fluks in de weer voor de keuze van een nieuwen bruidegom, opdat zij niet een prooi zou worden van een loerenden wolf. Door middel van een bode geeft hij de pastoors der aanhoorige kerken en de de kloosterbroeders last op een vastgestelden dag samen te komen. En toen allen waren bijeenvergaderd, stelt hij, na eene toespraak te hebben gehouden, voor tot het werk der verkiezing over te gaan. Xa het ophalen en openen der stembriefjes werd Tjaard tot abt uitgeroepen. In de vervulling van zijn ambt heeft hij naar godsvrucht gejaagd en als man van een rijp en gezond oordeel door zijn wijsheid veel invloed uitgeoefend. Als trouw ziels-

>) Door den dood van abt Aesgo.

a) De abt van Mariëngaard te Hallum, het moederklooster van ten Dale.

Sluiten