Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vulling van beide ambten — meldt de geschiedschrijver — heeft hij een groot beleid aan den dag gelegd."

Toen dan ook in 1430 abt Hessel stierf, viel terstond de aandacht op den bekwamen pastoor van Schellingerland, die met eenparige stemmen tot opvolger werd verkozen.

Een eervolle maar zware taak was hem nu opgelegd. Voor de ordelijke bestiering van een klooster met 600 kloosterlingen was wel een krachtige persoonlijkheid noodig. En te dier tijde in 't bijzonder, want de geestelijke broeders geleken vaak meer op dragonders dan op monniken, hartstochtelijke liefhebbers als ze waren van zwaard en spel, van wijn en vrouw.

Reeds kort na zijne wijding werd de nieuwe abt gewaar hoe treurig 't met de kloostertucht gesteld was. Tot tweemaal toe was hij genoodzaakt uit de kloosterkas een hooge geldboete te betalen, tot welke een der monniken wegens moord was veroordeeld. Folkert besloot zoo hooggaande ongebondenheid te beteugelen en liet een grooten, hechten kerker in het klooster bouwen, teneinde alle wederspannigen tot gehoorzaamheid te dwingen.

Zoo kwam er een nieuwe orde van zaken binnen de kloosterwanden. De boekerij, die ten prooi was aan ongedierte en vochtigheid werd in beteren staat gebracht en uitgebreid. Met onverbiddelijke gestrengheid eischte de nieuwe abt naleving van den Prémonstreiter kloosterregel, maar menig losbandig kloosterling bukte zich niet dan met wrok en ontevredenheid in 't hart. Telkens moest de pasgebouwde kerker dienst doen en de strijd, dien Folkert door dit alles te voeren had, was metterdaad zwaar.

Eindelijk barstte het smeulend vuur der ontevredenheid

Sluiten