Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beterde, op grond waarvan zij voorspraak voor haar verzocht.1)

Het verval der gemeenten van het eiland dagteekent uit de laatst helft der vorige eeuw. In Midsland was in 1733 het ledental nog vrij groot, daar door hen een som van 134 gulden, 17 stuivers, 8 duiten werd opgebracht voor het fonds van buitenlandsche nooden.2) Maar vijftig jaar later waren hare dagen geteld. Zelfs de samensmelting van de »groffe" en van de «fijne" Vermaning kon haar ondergang niet tegenhouden. Ook op West-End was het verval der gemeenten groot. Toen aldaar in 1790 onder leiding van den leeraar Andele Cuperus3) eveneens een vereeniging der beide groepen plaats vond, telde men slechts 73 Zonnisten (de strengere richting) en 50 Lamisten (de meer gematigden.4)

Deze inzinking is hoofdzakelijk toe te schrijven aan het loslaten van de strenge beginselen der vaderen. Buitentrouw, weelde en de zucht om op het kussen der Schepensbank te komen drongen door in dezen kring. Er groeide een geslacht op, dat lachte om het voorschrift der oude Vlamingen: het is verboden in huis te hebben haardijzers met beelden, bonte estrikken aan den schoorsteen, pronkkussens of kostelijke bedsprijen, gestreken

') De Hoop Scheffer t. a. p. Dl. II, bl. 61.

2) Blaupot ten Cate, Gesch. der Doopsgez. in Holland, bl. 205.

3) Zijn dochter Sytske, gehuwd met den Doopsgez. predikant van Wester-Schelling J. P. van der Meer, schreef een boekje: Vriendschapsreis naar Friesland, dat slechts waardelooze rijmelarij bevat.

Als proeve diene:

„Gedaan dit reisje, in 't jaar 1700 even en zesmaal tien en drie wij schreven de laatste Mey zijn wij gevaren met onzen schipper door de baren Hier van ter Schelling naar de steè.

4) Doopsgez. Bijdr. t. a. p.

Sluiten