Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Westingen, in het kerkeraadsboek het volgende neergeschreven: »19 Aug. 1796 brak de zeer onaangename dag aan, waarop mijn oudste dochter 's avonds na half elf, buiten den echt, van een manlijk kind werd verlost, geprocreëerd bij eenen kapitein N. W. Haston, een Amerikaan van New-York, die om mijn soon Jacob hier kwam."

Bij de Avondmaalsviering op Ooster-Schelling was nog in het midden der vorige eeuw het verouderde gebruik in zwang, om in het diepste rouwgewaad te gaan aanzitten aan den heiligen Disch. Vooral de vrouwen waren »zoo met rouwgewaden van Huycken ende Schorten behangen, dat so wel die afgaan als die annaderen tot de Genadetafel belet werden malkanderen behoorlijk te vermijden en ruymte te geven." De kerkeraad nam daarom den eersten Januari 1758 het besluit, »dat de ouderlingen, elk in hun district, alle vrouwen van hun buurt op het vriendelijkst zouden verzoeken, om voortaan zonder zulke bedekselen aan den Bondsdisch te verschijnen, wijl het Avondmaal geen rouwmaal maar een vreugdemaal is."

Op het bidden van het »Onze Vader" door den predikant aan het einde van het voor- en nagebed was men »om Oost" zeer gesteld. Toen Ds. Henricus Domna te Midsland het in 1749 naliet stak er een storm van verontwaardiging op. De Drossaard belegde een vergadering van Burgemeesteren, Schepenen en 24 Raden, om te beraadslagen wat tegenover een zoo eigendunkelijke handelwijze diende gedaan te worden. Besloten werd den predikant het verkeerde van zijn daad onder het oog te brengen en hem te verzoeken terug te keeren tot den ouden regel der kerken.

Dat de armenzorg mild was kan blijken uit een kerkeraadsbesluit van 10 April 1757, om allen die niet bij

Sluiten