Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XIV.

OP DE RECHTKAMER.

Behalve in de Groenlandsche visscherij heeft Schellingerland eertijds naam gemaakt door de bijzondere plaats die 't innam in het oud-Hollandsche rechtswezen.

Onze geschiedschrijver Mr. J. van Lennep heeft daar boeiend over geschreven in zijn roman Ferdinand Huyck, een geschiedenis die speelt in het begin van de vorige eeuw. Hij laat daar optreden den substituut-Drossaard Doedes, welke van de Staten van Holland last krijgt den gevaarlijken zeeschuimer Sander Gerritsz, bijgenaamd Zwarte Piet, gevangen te nemen. Dit bevel wordt echter niet uitgevoerd, maar aan den zeeroover eenvoudig te kennen gegeven dat hem op Schellingerland geen letsel zal geschieden, als hij daar stil wenscht te leven en borg stelt voor zijn goed gedrag.1) Eenige dagen later verschijnt opnieuw een bode van de Staten, order brengende, een anderen rooverkapitein, die zich ook op het eiland bevond, te «molesteeren," doch Doedes verklaart stoutweg, terwijl hij het aangeboden bevelschrift afwijst: «hier niet geldig — Amsterdamsche Hoofdofficier tehuis regeeren — hier niet den baas spelen." Eindelijk treedt in denzelfden roman een Schellinger herbergier op, die tevens lid was van de Schepensbank en alzoo behoorde

') Ferd. Huyck, bl. 430.

Sluiten