Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een adellijken grietman uit Friesland en diens tuinman, welke liefde voor elkander hadden opgevat.

Op zekeren nacht verlieten de jonge lieden in alle stilte hun dorpje en wisten onopgemerkt met een kaagschipper op Schellingerland te komen. Overal deed de grietman vergeefsche nasporingen, totdat hij eerst geruimen tijd na de ontvluchting vernam waar zijne dochter zich bevond. Toen hem tevens ter oore kwam, dat zij gehuwd was, smaakte hij haar bastaard."1) De Schout en Schepenen van het eiland waren echter barmhartiger dan haar vader. Zij schonken aan het jonge paar een stuk land niet ver van Wester-Schelling, waarop zij een woning konden bouwen. De nakomelingen, uit dit huwelijk voortgesproten, zijn ingezetenen van der Schelling gebleven tot op den huidigen dag.

Nu meene men echter niet, dat op het eiland oudtijds orde en tucht ten eenenmale werden gemist. Zoowel op de West- als op de Oostkrite hield op bepaalde tijden een rechtbank zitting, bestaande uit den Drossaard van liet eiland (ook wel schout of baljuw genoemd), twee Burgemeesteren en zeven Schepenen. Bovendien werden op Ooster-Schelling in zaken van gewicht nog 24 oudsten gehoord.

Werd nu op de rechtkamer van West-End en Midsland veel, ja alles door de vingers gezien tegenover vreemde voortvluchtige misdadigers, waar het eigen inwoners gold wist men daar wel onderwerping voor te schrijven aan het over hen gesteld gezag. In een afzonderlijke keur tegen het vloeken werd streng verboden den Naam des Heeren aldus te misbruiken: «Godt, bij Godt, soo waaragtig als Godt leeft, bij Gods Sacrament, Jezus, ik moet

V Een gebruikelijke uitdrukking op ter Schelling voor: onterven.

Sluiten