Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XV.

„DEN COMAN TOT OECH ENDE MERCK."

Wanneer de Schellinger visschers de ballast uit hunne vaartuigen werpen, geschiedt dit onder gezang. Één zingt dan:

„Ter-Schelling heeft een hoogen toren,

Flieland heeft zijn naam verloren,

Texel is een waaigat,

De Heldersche kraaien zingen dat."

olgens dit visschersliedje ligt dus het kenmerkende van Schellinge in zijn hoogen toren. Geen wonder, want reeds honderden van jaren geleden was de toren aan het Flie in eere bij al wie ter zee voer. Vandaar dat zoo vele oude kaarten en bescheiden zijn naam vermelden en telkens over hem gehandeld werd in de vergadering van Vroedschappen en Staten. Op »die Caerte van der zee: om Oost ende West te zeylen,"1) anno 1541, lezen we reeds van vijf torens op Schellinge, »ende die opt westeynde staet. dat is een hoghe plompen toren, dat is sinte Brandanus kercke." In een besluit der Amsterdamsche vroedschap van 1559 luidt 't: »St. Brandariustoorn op der Scellink is van outs een kundige ') Reprod. door de firma Brill, anno 1885.

Sluiten