Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uur ver langs de waterlijn op het strand en men zal menig wrakstuk boven de branding zien uitsteken. Of wel, men zette zich eens een avond neer aan het haardvuur van een hoogbejaarden Schellinger, en men zal veel kunnen hooren van schipbreuk, van zeevond en van strandroof.

Wat schepen zijn al niet gebleven tusschen Borne en Flie! Een 80-jarige Ooster-Ender verzekerde eens aan schrijver dezes: »'t was schraaltjes als er in m'n jonge jaren in één winter geen twaalf op het strand kwamen, en 't wrakhout was zoo ruim, dat elk het als een hooischelf op z'n »gêspolle" had't strand was hoofdzaak; de boerderij bijzaak; 't meeste land lag voor woest en bracht niets op." 't Zou ons dan ook te ver voeren, wilden we hier de verhalen weergeven, die ons ter oore zijn gekomen van de schipbreuken, waarvan de Schellinger getuige is geweest. Wil men een enkel voorbeeld ? Wij kiezen dan vooreerst hetgeen wij vernamen van de stranding der Flora, een Engelsch oorlogsschip, dat misschien een tachtig jaar geleden aan deze kust is vergaan. Al wat loopen kon — zoo luidt het verhaal — liep uit om het kolossale vaartuig te zien, dat op de Boschplaat zat, ter hoogte van paal 28. Hoe verbaasd stonden de Schellingers, toen ze honderden soldaten op het dek gewaar werden, die de matrozen druk hielpen een vlot te maken, ten einde zich daarmee naar het strand te laten drijven. Daar het eb was en de kust zeer gestadig afhelt, duurde het verscheidene uren, voordat de schepelingen op het droge stonden. ^ Ze waren uitgeput van honger en koude, maar de Ooster-Schellingers hadden een wagen vol brood meegenomen. JakobSipkes, de diender van Midsland, zou het brood in stukken

Sluiten