Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jaren aan. Van 1857—1861 maakte zij een waarde van een lialf millioen gulden buit en kon zij 136'/j percent op haar aandeelen uitkeeren. Sedert is het steeds moeilijker geworden de Lutine-Bank te bereiken en er op te werken, maar het goudvisschen heeft men nog niet opgegeven. De Engelschen, die de laatste jaren er hun geluk op beproefden, keerden echter telkens met ledige handen terug. Niettemin bleef het goudschip voor menigen eilander, die bij de Engelschen in dienst was, een bron van ruime inkomsten. En dat de Lutine, een eeuw na hare stranding, nog immer een groote plaats inneemt in de gesprekken tusschen Flie en Borne, zal niemand meer verwonderen.

Bij al de ellende, waarvan het strand getuige is geweest, komt nog de vloek van den strandroof. Sedert onheuglijke tijden hebben de bewoners der Friesche eilanden in kwade reuk gestaan wegens het uitoefenen van strandrecht. Volgens een oude overlevering plachten zij bij het zien van een gestrand schip jubelend uit te roepen: »alles voor ons, alles voor ons!'") Strenge placcaten werden tegen hun hebzucht uitgevaardigd: wie een gestrand schip tegen des schippers wil beklimt en roof pleegt, is des doods schuldig ;2) wie na zonsondergang op het strand komt,3) of wie strandgoed naar eigen woning brengt, valt in zware boete. Maar wie stoorde zich aan deze wetsbepalingen?

Pas zijn de strandplaccaten verscherpt of een schip met koren strandt op Schellingerland. Men loopt te hoop en werpt zich ten spijt van wet en ordonnantie op het vaartuig en bergt de lading als wettig eigendom in eigen

') R. Feith, Di&sertatio de jure litoris, Gron. 1830 p 55.

2) Feith, 1.1, p. 90.

3) Willekeuren v. W. Schelling, art. 17.

Sluiten