Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hen genoten wordende inkomsten (hieronder ook begrepen de toelage voor kleeding en uitrusting);

4°. de belooning voor de agenten voor den dienst bij het Leger iii Nederland sch-Indië, bedoeld in punt h van af deeling O van het bvj de Regeling behoorend tarief V, gaat in op den lsten Januari 1910, met dien verstande, dat aan de agenten, die op genoemden datum geen vol jaar voor de berekening van het bedrag dier belooning in rekening kunnen brengen, over het tijdvak hunner werkzaamheid in 1909, waarvoor de belooning nog niet is toegekend, een evenredig deel zal worden toegekend van het hun ingevolge artikel I sub ƒ van Ons besluit van 4 October 1907 ff 67 toekomende bedrag;

5°. de in de koloniën vertoevende militairen der Koloniale Reserve beneden den rang van onderluitenant, wier loopend verband eindigt na het in werking treding van dit besluit, kunnen desgewenscht op denzelfden voet als andere daarheen uitgezonden Europeesche militairen daar te lande den dienst verlaten.

Ook kunnen zij zich aldaar reëngageeren op de hierna te noemen bijzondere voorwaarden, te weten:

a. voor ten hoogste drie jaren, wanneer zij daardoor aanspraak kunnen verkrijgen op gagement of pensioen wegens volbrachten diensttijd, of

b. voor het tijdvak, dat nog verloopen moet om gedurende zes jaren onafgebroken in Oost-Indië dan wel drie jaren onafgebroken in West-Indië te hebben gediend.

Voor deze nieuwe verbintenissen, die niet door v r ij w i 11 i g e n terugkeer naar Nederland kunnen worden onderbroken, wordt de premie berekend over het aantal volle maanden, zood'at een gedeelte van eene maand bij de berekening buiten

aanmerking blijft.

De premie wordt verhoogd naar reden van ƒ 30 (dertig gulden) voor ieder jaar, waarvoor op gemelden voet een reënga-

gement wordt aangegaan.

Deze verhooging der premie wordt in haar geheel uitbetaald.

Na afloop van de bovenbedoelde reëngagementen blijven voor verdere verbintenissen in de koloniën de aldaar geldende bepalingen omtrent de werving van toepassing, met dien verstande nochtans, dat terugkeer naar Europa na afloop van de sub o bedoelde verbintenissen geen dienstinterruptie tengevolge behoeft te hebben.

Wenschen de hooger bedoelde militairen zich niet op den aangeduiden voet in de koloniën te reëngageeren, dan kunnen zij, na hun terugkomst in Europa zich slechts op den voet van dé' sub B vermelde regeling voor den kolonialen militairen

dienst reëngageeren.

Aan de in dit punt bedoelde reëngagementen blijft nog ver-

Sluiten