Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bonden het behoud van de gagementsvooruitzichten, bedoeld in het Koninklijk besluit van 30 December 1890 ff 21, dat overigens niet van toepassing is voor hen, die eerst na het in werking treden van Ons tegenwoordig besluit deel zullen uitmaken van de Koloniale Reserve;

6°. de uitrusting- en reserve-rekening van de militairen der Koloniale Reserve, die hier te lande vertoeven, wordt geliquideerd, met uitzondering van die betreffende het personeel, bedoeld in de 2e alinea van punt 3°.

Daartoe worden de saldo's te goed in die rekening uitbetaald en de schuldsaldo's ten laste van den Lande afgeschreven, een en ander met inachtneming van de ter zake thans geldende regelen.

Overigens wordt te hunnen opzichte gehandeld, zooals voor uit de koloniën teruggekeerde militairen is voorgeschreven in het tweede lid van § 6 van het bij de sub A bedoelde Regeling behoorende Tarief VII.

Yroor de militairen, die zich in de koloniën bevinden, heeft de liquidatie plaats na hun terugkeer bij het korps, dan wel bij het verlaten van den dienst in de koloniën.

Voor de overige militairen (deserteurs, vermisten, gevangenen enz.) blijven de hiervoren bedoelde regelen omtrent de uitbetaling en afschrijving van toepassing;

7°. dit besluit treedt, behoudens het bepaalde sub 1°, in werking op den 1 October 1909.

Onze Ministers van Koloniën en van Oorlog zijn, ieder voor zooveel hem aangaat, belast met de uitvoering van dit besluit, waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Algemeene Rekenkamer.

Het Loo, den 24steu September 1909.

WILHELMHsTA.

De Minister van Koloniën,

de Waal Malefijt.

De Minister van Oorlog,

W. Cool.

Sluiten