Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 5. Bij het korps kunnen worden ingedeeld de navolgende personen

I. Officieren en onderluitenants.

A. van het Leger in Nederlandsch-Indië, met verlof in Europa aanwezig;

B. bij uitzondering van het Leger hier te lande, en

C. gepensionneerden van het sub A genoemde Leger, door Ons voor den tijd van ten hoogste 5 jaar in activiteit hersteld.

De commandant van het korps wordt door Ons benoemd op voordracht van den Minister van Koloniën; de overige officieren en de onderluitenants worden aangewezen door voornoemden Minister, met uitzondering van die, genoemd onder punt B, die bij gemeenschappelijke beschikking van de Ministers van Oorlog en van Koloniën bij het korps worden ingedeeld.

A la suite van het korps worden gevoerd:

a. de hier te lande nieuw-benoemde officieren van het Leger in Nederlandsch-Indië ;

b- de officieren, die zijn aangewezen om bij het sub a bedoelde leger, dan wel bij de landmacht in West-Indië te worden gedetacheerd;

c. de officieren, die van gedetacheerd uit de koloniën zijn teruggekeerd,

en wel de sub a en b bedoelden in afwachting van hun vertrek naar de koloniën en de sub c bedoelden in afwachting van hunne nieuwe bestemming.

II. Overige onderofficieren en minderen. A. Als vlottend personeel:

1°. zij, die tot eene verbintenis of eene proefverbintenis voor den kolonialen militairen dienst of tot detacheering bij de koloniale troepen worden toegelaten;

2°. reconvalescenten, zijnde militairen:

a. die bij de troepen in Oost- of West-Indië dienende, wegens tijdelijke ongeschiktheid voor den actieven dienst in de koloniën naar Nederland zijn opgezonden;

J. die ongehuwd zijn, vroeger gediend hebben bij de troepen in Oost- of West-Indië, en omtrent wie de uitslag van een militair geneeskundig onderzoek doet verwachten, dat zij, hoewel ongeschikt bevonden voor den actieven militairen dienst in de koloniën, bij het korps verpleegd wordende, binnen één jaar de geschiktheid voor dien dienst zullen hebben herkregen; c. die, gehuwd en oud-onderofficier zijnde, overigens in de termen vallen der omschrijving sub 6 en krachtens machtiging van den Minister van Koloniën voor indeeling in aanmerking kunnen worden gebracht.

Sluiten