Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

g. bestrijding van onkosten van huisvesting en voeding voor voor-

loopig aangenomenen,

Ti. aanschaffing van andere benoodigdheden en betalingen voor werkzaamheden, welke, naar hunnen aard, door den Minister van Koloniën tot dit onderwerp worden gerekend.

O. Vergoedingen voor de Agenten voor den Kolonialen Militairen Dienst.

Ieder der agenten geniet boven het hem toegelegde gagement of pensioen:

a. eene toelage, naar reden van ƒ 20-4 'sjaars,

b. huishuur-indemniteit tot een bedrag van ten hoogste ƒ 4 's weeks,

c. een schadeloosstelling voor bureelbehoeften, naar reden van ƒ 204 's jaars,

d. bijaldien hij in 's Lands dienst gebruik maakt van een rijwiel, eene schadeloosstelling voor het onderhoud daarvan, naar reden van ƒ 24 's jaars,

e. eene vergoeding wegens reiskosten op den voet van de ter zake geldende bepalingen, wordende hij te dier zake gerangschikt in de vijfde klasse,

ƒ. eene vergoeding wegens verblijfkosten van ƒ 3 voor iederen dag, bij het einde waarvan hij, voor dienstzaken, buiten zijn standplaats heeft moeten overnachten,

g. eene vergoeding wegens verhuiskosten van ten hoogste ƒ oO, wanneer hij in het belang van 's Lands dienst van vaste standplaats moet veranderen,

h. een evenredig deel van eene belooning van ƒ 5 voor ieder persoon, die in den loop van een jaar boven het aantal van 25 per agent door bemiddeling van de gezamenlijke agenten wordt aangenomen als vrijwilliger of wel gedetacheerd als militie- of landweerplic.itige,

i. voor zooveel zij bij hunne benoeming niet in het bezit zijn van de uniform, voor hun vroegeren rang vastgesteld, eene tegemoetkoming in de aanschaffing daarvan ten bedrage van J 25.

Bijzondere bepaling.

Aan iederen agent, hiervoren bedoeld, kan een voorschot worden verleend op de vergoedingen genoemd onder e en ƒ ten bedrage van ten hoogste ƒ 100.

P. Reinigen van het lichaam, scheren en haarsnijden.

De Minister van Koloniën wordt gemachtigd overeenkomsten te sluiten voor het voor rekening van den Lande doen baden van de onderofficieren en minderen van het korps buiten de kazerne, alsmede tot het vaststellen van de bedragen, die eveneens ten laste van den

Sluiten