Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doeld, en wordt genoten, wanneer de eigenaar van zijne detacheering bij het korps wordt ontheven zonder op pensioen te worden gesteld, en wel voor elk dienstpaard, dat hij in eigendom blijft bezitten; bij ophouding van het bezit binnen den termijn van 90 dagen is het bepaalde sub I, 3, a en b, van toepassing.

IV. Tegemoetkoming bij verlies van een dienstpaard.

Deze tegemoetkoming wordt genoten voor elk dienstpaard, dat door bevolen dienstverrichtingen verloren gaat en tot een bedrag, dat in elk bijzonder geval door den Minister van Koloniën wordt vastgesteld in verhouding tot de waarde van het verloren paaid.

Zij mag niet méér bedragen dan de vergoeding in punt II hiervoren vastgesteld, noch meer dan % van de waarde van het paard, te schatten naar regelen door gemelden Minister vast te stellen.

E. Daggelden.

I. Wanneer onderofficieren en minderen alleen of ten getale van minder dan zes te zamen voor dienstzaken reizen of verwijderd van hun korps of van hunne standplaats verblijf houden, zelf in de kosten van hun onderhoud moeten voorzien en krachtens de bepalingen van het Koninklijk Besluit van 5 Januari 1884 (Staatsblad II- 4), laatstelijk gewijzigd bij dat van 8 Mei 1909 (Staatsblad II5 119) geen recht hebben op de vergoeding voor reis- en verblijfkosten, genieten zij, tegelijk met hunne soldij of hun dagloon, daggeld, en wel:

a. vol daggeld ad ƒ 0.75 voor eiken dag, bij het einde waarvan zij verwijderd van hun korps en buiten hunne woonplaats of standplaats moeten overnachten;

i. twee derden daggeld ad ƒ 0.50:

1. voor den dag, volgende op een, als onder a bedoeld, indien zij op dien dag na 12 uur des middags bij hun korps of in hunne woonplaats of standplaats terugkeeren of aankomen,

2 voor eiken dag, niet volgende op een, als onder a bedoeld, aarop zij meer dan zes uren hebben moeten reizen of afwezig hebben moeten blijven om bij hun korps of in hunne standplaatsen aan te komen of terug te keeren.

H. Vol daggeld wordt genoten volgens de regelen, voor de toekenning van soldij vastgesteld bij afdeeling B van tarief II, met dien verstande dat bij verlof van en met den dag van vertrek tot en met dien van terugkomst geen daggeld aankomt, behalve wanneer bij het em e van het verlof de belanghebbende, door ijsgang, overstrooming oi Stremming van de gemeenschap op andere wijze, onderweg belet wordt de reis naar zijn korps of zijn standplaats te volbrengen.

III. Tot de sub I bedoelde militairen worden ook gerekend zij die: a. met of zonder bevordering van standplaats veranderen,

l. ter verpleging naar eene ziekeninriehting of een gesticht voor krankzinnigen worden gezonden, of, na ontslag daaruit, naar hun korps of hunne standplaats terugkeeren,

Sluiten