Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 3. Voor zoover niet anders is bepaald, heeft de uitbetaling deipremie plaats dadelijk na de goedkeuring der verbintenissen.

§ 4. Door den Minister van Koloniën worden de bedragen der aanbrengpremiën, tot een maximum van ƒ 20 elk, en de gevallen, waarin zij kunnen worden uitbetaald, vastgesteld.

§ 5. Voor de reconvalescente militairen, bedoeld in punt 2 van § 6 dezer Regeling gaan de aanspraken op de toegelegde premie in op den dag, waarop zij physiek geschikt zijn bevonden voor den actieven militairen dienst in de koloniën.

§ 6. De uit Oost-Indië afkomstige onderofficieren, bestemd voor den Hoofdcursus ontvangen geen premie voor verbintenissen, aangegaan na hun vertrek uit de koloniën.

§ '7. De detacheeringen naar Nederlandsch-Indië kunnen worden verlengd met 1 jaar telkens, onder genot van een premie van ƒ 50; een volgende detacheering kan echter alleen dan worden toegestaan, wanneer de belanghebbende, bij zijn terugkeer hier te lande van zijn vorige detacheering wegens het verstrijken van den detacheeringstermijn, ten minste 4 achtereenvolgende jaren in Oost-Indië gediend lieeft.

Voor de gedetacheerden zijn de heen- en terugreis niet in den detacheeringstermijn begrepen.

§ 8. De in de Rijkspostspaarbank te beleggen bedragen worden, na ten name van den betrokken militair te zijn ingelegd, beheerd volgens regelen, door den Minister van Koloniën vast te stellen.

Bij het verlaten van den dienst op eervolle wijze, bij het uitreiken van een paspoort zonder certificaat van goed gedrag, alsmede bij overlijden van een dienend militair, worden de te zijnen name alsdan nog in de Rijkspostspaarbank berustende bedragen uitbetaald.

Wordt op andere wijze de dienst verlaten, dan wordt van de laatstelijk in de Rijkspostspaarbank belegde premie, voor elk niet ten volle volbracht dienstjaar, een evenredig deel niet uitbetaald.

Sluiten