Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 6. Verstrekkingen aan militairen bij terugkeer uit de koloniën.

(1) Ten opzichte van uit de koloniën terugkeerende militairen, recht hebbende op de gewone verstrekkingen van kleeding enz., wordt gehandeld als volgt.

(2) Yan de hun vroeger verstrekte voorwerpen, welke bij het korps slechts om de 2 of meer jaren vernieuwd worden, wordt door den korpscommandant in billijkheid bepaald op welk tijdstip daarvoor aanspraak op vernieuwing zal worden verkregen.

(3) Yan de overige tot de Xederlandsche uitrusting behoorende artikelen ontvangen zij zoodanige hoeveelheden als, naar het oordeel van vorenbedoelden commandant, noodig zijn om die uitrusting met eene nieuwe gelijk te stellen, waarbij niet alleen rekening moet worden gehouden met het aantal, doch tevens met den toestand der goederen, terwijl ook gelet moet worden op den tijd, die nog tot den eerstvolgenden vernieuwingsdatum verloopen moet.

(4) Zoo noodig kunnen, naar het oordeel van den korpscommandant, enkele kleedingstukken van die militairen voor 's Lands rekening vermaakt of gerepareerd worden.

(5) Wanneer echter de vroeger uitgereikte artikelen door toedoen of onachtzaamheid van de bezitters geheel of ten deele verloren gegaan of defect geworden zijn, komen de kosten der nieuwe verstrekking of der herstelling voor rekening van den schuldige.

(G) De vroeger verstrekte artikelen, die niet tot eene Nederlandsche uitrusting behooren en daarbij niet gebruikt kunnen worden, moeten ingeleverd worden.

§ ?. Stilstand van verstrekkingen van onderscheidingsteekenen enz. aan militairen bij het Algemeen Depot van Discipline.

De in § 4 bedoelde onderscheidingsteekenen, zoomede de sabelkwasten, chevrons, enz. worden niet verstrekt aan militairen, geplaatst bij het Algemeen Depót van Discipline.

§ 8. Verstrekking bij verandering van positie.

(1) Bij terugstelling van sergeant-majoor tot sergeant of van opperwachtmeester tot wachtmeester worden geen nieuwe chevrons uitgereikt, ook niet bij benoeming van fourier tot sergeant; vermaking en verplaatsing vindt echter plaats voor rekening van den Lande.

(') In het algemeen geldt verder als regel, dat aanvulling plaats heeft van hetgeen in de nieuwe positie méér noodig is, dan wel wijziging of verwisseling voor 's Lands rekening van uitrustingsstukken, uitmonstering, enz. doch tot geen grooter aantal, dan voor eene eerste uitrusting is bepaald.

Sluiten