Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(2) Deze voorwerpen worden in beheer en bewaring gegeven aan den commandant van het detachement, die ze bij aankomst in de koloniën in het garnizoens-kleedingmagazijn ter plaatse inlevert.

§ 12. Regeling betreffende de naar de koloniën vertrekkende adjudant-onderofficieren.

(1) De naar de koloniën vertrekkende adjudant-onderofficieren, met uitzondering van hen, die maandelijksch traktement behouden, genieten gedurende de reis een kleedinggeld van 40 cents per dag.

(2) Op dit kleedinggeld kan bij vertrek een voorschot van 30 dagen worden verleend.

§ 13. Verstrekking van kleeding enz. aan voorloopig aangenomen en.

(1) Aan hen, die na lichamelijk voor den dienst geschikt te zijn bevonden en in afwachting van hun definitieve aanneming bij het korps in onderhoud zijn gesteld, kan ter beoordeeling van den korpscommandant, de hoogst noodige onderkleeding verstrekt worden, alsmede 1 vork, 1 lepel, 1 haarkam, 1 handdoek en, zoo noodig,

1 sergen jas,

1 sergen pantalon,

1 blauw katoenen pantalon,

1 kwartiermuts en, zoo noodig,

1 paar schoenen.

(2) De vorenbedoelde kleeding- en uitrustingsstukken komen, wanneer zij nieuw verstrekt zijn, bij definitieve aanneming in mindering van de alsdan uit te reiken eerste uitrusting.

• (3) In alle andere gevallen worden zij weder ingeleverd en voor gelijk doel voor anderen gebruikt.

Behoort bij Koninklijk besluit van 24 September 1909, ü? 84.

Ons bekend: De Minister van Koloniën, de Waal Malefijt. De Minister van Oorlog, W. Cool.

Sluiten