Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voor eene verbintenis bij het vast personeel van n i e t-gegageerde of n i e t-gepensionneerde militairen wordt, behalve voor de muzikanten, de élève-muzikanten en de korporaal- en sergeant- schoen- en kleermakers, de machtiging van den Minister van Koloniën vereischt.

§ 8. De personen, die elders voorloopig zijn aangenomen en bij de Koloniale Reserve aankomen, worden van en met den dag van aankomst bij dat korps in onderhoud opgenomen.

De commandant van het korps is bevoegd op gelijke wijze te handelen ten aanzien van hen, die zich rechtstreeks daarbij voor dienstneming aanmelden.

Artikel IV.

§ 1. Om als vr ij williger voor den kolonialen militairen dienst te kunnen worden aangenomen, moeten de zich daarvoor aanmeldende personen de volgende bescheiden overleggen:

A. Nederlanders en ingezetenen van het Rijk

in Europa,

1°. een extract uit het geboorteregister of een ander authentiek stuk, waaruit hun leeftijd blijkt,

2°. een bewijs van goed gedrag vanaf de intrede van het llde levensjaar, afgegeven door het hoofd der gemeente, waar zij laatstelijk gevestigd waren,

3°. een b.evolkingskaart, afgegeven door het hoofd der gemeente, waar zij laatstelijk gevestigd waren, en

4°. indien zij vóór den 1™ Januari van het jaar, waarin zij zich ter dienstneming aanmelden, hun 19de levensjaar ingetreden zijn en op het tijdstip van het aangaan hunner verbintenis hun 40ste levensjaar niet volbracht hebben, een authentiek bewijs, dat zij hunne plichten ten opzichte van de nationale militie vervuld hebben of tot geen dienst bij de militie gehouden zijn of geweest zijn;

5°. een door den burgemeester of commissaris van politie gewaarmerkt portret.

Op de bewijzen van goed gedrag moeten voor Nederlanders alleen worden vermeld de na het 10de levensjaar gewezen onherroepelijk geworden veroordeelingen:

a. wegens gemeene en militaire misdrijven,

b. wegens overtreding van de artt. 432 en 433 van het Wetboek van Strafrecht, en

c. tot plaatsing in een Rijkswerkinrichting, krachtens het 4de lid van art. 453 van het Wetboek van Strafrecht, of op een tuchtschool.

Op elk door den burgemeester met bovenomschreven doel afgegeven bewijs van goed gedrag moet blijken, dat de 'Officier van Justitie bij de Arrondissements-Rechtbank, binnen wiens ressort de geboorteplaats van den persoon in kwestie is gelegen, geraadpleegd is.

De Commandant van de Koloniale Reserve beslist over de aanne-

Sluiten