Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KOLONIALE WERVING. Model F.

Detacheering van

miliciens. N°. op het stamboek.

(1) Naam [k /jn en voor- v '

naamya,n milicien der lichting van (2)

de"ien!11" fcehoorende tot het (3) Regiment (4)

^3)JNum-' verklaar mij verbonden te hebben om, ingevolge

mervan de bepalingen vastgesteld bij het Koninklijk Besluit van 24 ment September 1909, n°. 84 zooals deze later eventueel mochten (4) wapen. ^ or(jen gewijzig(j 0f aangevuld, te worden gedetacheerd naar Nederlandsch-Indië, teneinde bij het Leger aldaar te dienen schrijf- gedurende den tijd van (5) jaren, ingaande op

letters. den dag van ontscheping in die gewesten, met dien verstande clat, mocht ik gedurende den tijd mijner detacheering recht verkrijgen op ontslag uit den militairen dienst, ik gehouden zal zijn den tijd, voor welken ik bij genoemd Leger ben gedetacheerd, als gewoon vrijwilliger bij dat leger te volbrengen.

Deze verbintenis is aangegaan onder de navolgende bijzondere voorwaarden:

1°. dat, wanneer er gedurende mijn diensttijd eenige interruptie van dienst door mijn toedoen mocht plaats hebben -—waaronder ook wordt gerekend den tijd, gedurende welken ik in de tweede klasse (klasse van discipline) of in een strafcursus, hoe ook genaamd, mocht worden geplaatst — ik gehouden zal zijn onmiddellijk na het eindigen van die interruptie, het vóór den aanvang daarvan nog onvervuld gebleven gedeelte van mijne verbintenis te volbrengen; 2°. dat deze detacheering van kracht wordt nadat deze verbintenis door den Commandeerenden Officier van de Koloniale Reserve zal zijn bekrachtigd;

3°. dat ik, na die bekrachtiging, aanspraak zal hebben op eene som van (5) gulden als premie*)

(*) Wanneer de aangenomene geene premie vordert, moet de bepaling, daarop betrekking hebbende, worden doorgehaald en op den kant gesteld: „De doorhaling van (in letters invullen het aantal doorgehaalde Woorden) woorden goedgekeurd". Deze aanteekening moet door den milicien worden geparafeerd.

Wanneer hier of daar doorhalingen noodig zijn, moet op dezelfde w\jze gehandeld en de paraaf gesteld worden door degenen, die het gedeelte, waarin de doorhaling geschiedt onderteekenen moeten.

Mochten in de akte of de verschillende verklaringen enz. wijzigingen noodig wezen, dan moeten deze, met een renvooiteeken aangeduid, op den kant worden gesteld met de almede geparafeerde aanteekening daaronder: „Dit renvooi goedgekeurd". Indien op den kant geen genoegzame plaats voor de vermelding der doorhalingen of voor de renvooien is, kunnen beide ook aan het einde van het stuk worden gesteld.

Sluiten