Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOORSCHRIFT betreffende het beleggen van handgelden bij de Koloniale Reserve in 's Rijkspostspaarbank. (*)

§ 1. De krachtens Tarief VI, behoorende bij de bij het Koninklijk Besluit van 24 September 1009 n°. 84 vastgestelde Regeling betreffende de Koloniale Reserve in 's Rijkspostspaarbank te beleggen gelden worden door den kwartiermeester van dat korps ten postkantore gestort, zoodra door hem is ontvangen:

a. voor wat betreft de engagementen en reëngagementen in N e d e r1 a n d aangegaan, den staat van uit te betalen premiën waarop door den commandant van het betrokken onderdeel is vermeld welk bedrag van de aankomende premie in 's Rijkspostspaarbank moet worden belegd;

l. voor wat betreft de reëngagementen, in de koloniën gesloten, de desbetreffende opgaven uit de koloniën.

§ 2. De Rijkspostspaarbankboekjes blijven onder verantwoording van en in bewaring bij den in § 1 genoemden kwartiermeester, een en ander behoudens afgifte, wanneer noodig, aan het Bestuur der Posterijen.

Die officier is verplicht zorg te dragen voor de geregelde opzending der boekjes tot bijschrijving der renten. Eene uitzondering hierop vormen de boekjes van deserteurs, van overledenen en van militairen, die op niet eervolle wijze den dienst hebben verlaten, welke laatste boekjes in een afzonderlijk register bij het korps worden ingeschreven en daar blijven berusten tot tijd en wijle er navraag naar geschiedt van de zijde van belanghebbenden.

Alleen door bemiddeling van den in § 1 genoemden kwartiermeester worden b_elegde gelden teruggevraagd, met behulp van de door het Bestuur der Posterijen verkrijgbaar gestelde formulieren, door den inlegger in dorso te voorzien van de vereischte machtiging op den meerbedoelden officier.

§ 3. Tot staving van de bedragen, welke worden gestort overeenkomstig het bepaalde in punt b van § 1 hiervoren worden staten in duplo volgens Model A opgemaakt.

§ 4. Ten bewijze, dat de inleg in § 1 bedoeld heeft plaats gehad, stelt de Commandant der Koloniale Reserve binnen tweemaal 24 uren nadat het geld ten postkantore is gestort, eene desbetreffende verklaring op de staten bij § 1 sub a, en § 3 hiervoren bedoeld.

De inleggers, die bij het korps aanwezig zijn, hebben het recht zich, binnen driemaal 24 uren nadat het geld ten postkantore is gestort, ten bureele van den kwartiermeester te overtuigen, dat het te beleggen bedrag in een ten hunnen naam ingeschreven spaarbankboekje is ingeschreven.

O Vastgesteld bij de beschikking van den Minister van Koloniën van 5 September 1909 n°. 10.

Sluiten