Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK I.

Literatuuroverzicht eu Bronnen.

Gerlacus Petersz., wiens leven en werken het onderwerp van mijn scriptie is, was een van de kloosterlingen uit den bloeitijd van het klooster te Windesheim.

We worden dus verplaatst in een kring en een tijdperk onzer kerkgeschiedenis, die in de laatste jaren het voorwerp van veelvuldig onderzoek en beschrijving waren.

Th. A. en J. Clarisse schonken er reeds hun aandacht aan in hun boek: „Over den geest en de denkwijze van Geert Groote, kenbaar uit zijne schriften".

In 1830 gaf Delprat zijn door het Utrechtsch Genootschap bekroonde verhandeling: „Over de broederschap van Geert Groote en over den invloed der fraterhuizen" uit.

W. Moll deed in zijn „Johannes Brugman" (1854) den zeer grooten invloed kennen, dien de geestelijke beweging, uitgaande van het fraterhuis te Deventer, oefende op het private leven en de maatschappij; ook in zijn „Kerkgeschiedenis in Nederland vóór de hervorming" wordt deze beweging met nauwkeurige zorg behandeld.

Sluiten