Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij de geestelijkheid heerschte ongeloof, zedeloosheid, willekeur, concubinaat, simonie, geldzucht en onmatigheid. Dit en ook het pauselijk schisma, dat een spotten was met de eenheid en de waardigheid der kerk, kon niet anders dan den toch al weinigen eerbied voor den godsdienst bij de groote meerderheid van het volk doen verminderen.

Zoo doet zich de toestand van ons volk aan elk beschouwer voor. Doch 't zou blijken, dat er bij een kern van het volk nog heilige gevoelens leefden, dat Gods geest in 't verborgen in de harten van velen een behoefte had gelegd naar verlossing uit al die zonde en ellende.

Mannen als Geert Groote stonden op, innig bekeerde (hervormde) menschen, vol van begeerte het rijk van Satan af te breken. Geheel het land trokken ze door, in de kracht Gods sprekend, opwekkend; één kreet ging er van hen uit door Holland's landen : „Bekeert u".

En die woorden vonden ingang; op vele plaatsen kwamen ellendigen en gedrukten tot hen. Die woorden, ze waren velen als uit het hart gegrepen, dat wat duister in hen woelde, brachten die mannen tot klaarheid, wat onbewust of halfbewust in hen leefde, brachten zij in hen tot bewustzijn.

Die geestelijke beweging greep verre om zich. 't Waren mannen, die gedrongen werden tot spreken, die spraken niet in bewegelijke woorden van menschelijke wijsheid, doch in betooning des geestes en der kracht.

Sluiten