Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En het was of de menschen in die dagen er wondervol op waren aangelegd, of er in die dagen een bizondere vatbaarheid was voor de werking van Gods geest. Bij duizenden werden ze bekeerd en zoo diep greep die bekeering in, dat de devoten zich geheel zelf gaven. Ze walgden zoo van alle onwaarachtigheid, van alle huichelarij en vormendienst, ze walgden van alle woordenpraal en uitwendige statie en rhetorie, en in reactie, in dorst naar waarachtigheid, naar tastbare echtheid nemen we verschijnselen waar, die wij, kalme opmerkers, als ziekelijk en overdreven qualificeeren. Moll meent, in zooverre het leven dier eeuw krank en gebrekkig was, hier van een epidemie te mogen spreken, zooals we meer in het rijk des geestes waarnemen.

Hoe dit zij, de moderne devotie moge in sommige harer uitingen wat overdreven en ziekelijk zijn, aan ons volk was deze kostelijke schat gegeven, zin voor waarheid, afkeer van onwaarachtigheid, 't Was als een wonder, eenige tientallen van jaren, werd niets dan onverschilligheid en doodschheid waargenomen, nu een overal levendige begeerte naar waarheid.

En waar het voor ons zelf bij herleving van geestelijk leven al moeielijk is na te gaan, aan wie en waaraan we dit vooral te danken hebben, veel bezwaarlijker wordt dit bij een herleving van het godsdienstig bewustzijn van geheel een volk in een ver verleden.

Er was ingezonkenheid, onverschilligheid, doodschheid, niet lang daarna vernemen we uitingen van

Sluiten