Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den regel van Augustinus, d. i. aan voorschriften, waaraan twee sermones van dien kerkvader ten grondslag lagen. Vandaar hun naam reguliere') kanunniken van de orde van S. Augustinus.

Doch ook de kloosterlingen — hier komt het op aan — bleven geestelijken (clerici), al trad bij hen het ambt van dienstdoend geestelijke op den achtergrond. Hierin onderscheidden ze zich van de gewone monniken.

Behalve deze geordende geestelijken, reguliere kanunniken — Busch beschrijft hen 2) als „viri maturati, bene barbati, statura proceri, caluitie venusti, canitie venerandi, magna cum grauitate incedentes, ingenti morum probitate decorati, in conventu et in choro clausis oculis, aut ante se retentis, non puerili seu muliebri voce, sed viriliter Davidica Cantica reboantes" — waren er die niet tot den geestelijken stand behoorend, toch geprofest waren; ze leefden gelijk de reguliere kanunniken en verrichtten hetzelfde werk, doch waren uitgesloten van den dienst der kerk. Deze broeders werden reddieten (redditi) genaamd.

Te Windesheim treffen we verder veel broeders uit de fraterhuizen aan, clerici en ook, die lagere werkzaamheden verrichten, gewoonlijk met het doel om na proeftijd te worden opgenomen. De praktische werkzaamheden werden waargenomen door de conversen, broeders, die ook de drieledige gelofte had-

1) Regulier in onderscheiding van seculier, zie Acquoy, (dl. I, pag. 96).

2) Chronicon Lib. II, cap. 9, zie ook Lib. I, cap. 27.

Sluiten